zaterdag 19 januari 2008

Bang om vies te worden

Bij mij op stage zit een kind die bang is om vies te worden.
Hij durft niets meer te pakken met zijn handen waarbij hij vies kan worden denk hierbij aan kleien/verven/fruit pakken.

We hebben dit al tegen de ouders gezegt en ze doen hier eigenlijk weinig aan, ze vinden dat het thuis allemaal prima gaat met hem.
Op de peuterspeelzaal zie je dat het niet goed met hem gaat want hij hoeft maar iets te doen waarmee zijn handen vies worden en hij kan elk moment gaan huilen.

Al je hem dan probeerd een praatje te maken om hem te sussen, dan huilt hij alsnog en krijg je hem moeilijk stil.

Hoe zouden jullie hiermee omgaan?
En wat voor raad geef je aan mij?

Zindelijkheid

Zindelijkheid
Veel ouders vragen zich af wanneer hun kind zindelijk zal worden en hoe ze dit proces kunnen versnellen. Helaas, je kunt kinderen niet zindelijk maken: kinderen worden pas zindelijk wanneer zij dit zelf willen, kunnen en begrijpen. Dwing je kind niet om zindelijk te worden, dit werkt namelijk alleen maar averechts. Aanmoedigen kan natuurlijk wel. En heb geduld, wanneer een kind er aan toe is gaat het zindelijk worden haast vanzelf.

Wanneer is een kind er aan toe om zindelijk te worden?
Het kind moet lichamelijk in staat zijn om aan te voelen wanneer hij plassen of poepen moet. In eerste instantie zal je kind zich er wel bewust van zijn dat hij nu moet plassen of poepen maar kan dat nog niet van te voren aan zien komen. Pas later zal hij zich ook bewust worden van de aandrang en weten wat er aan de hand is vóór het gaat gebeuren. Als ouder merk je vaak dat je kind bezig is zijn luier vies te maken aan een bepaalde houding of een blik in zijn ogen.

Je kunt hem hier zelf opmerkzaam op maken door te vragen of hij aan het plassen is bijvoorbeeld.
Naast aanvoelen dat de aandrang er is, moet het kind ook voldoende controle over zijn sluitspier hebben. Om het op te kunnen houden als dat nodig is en om te laten gaan wanneer hij op het potje of op de wc zit. Meestal is dit zo rond het tweede jaar. Meisjes zijn over het algemeen wat eerder zindelijk dan jongens.

Begin je te vroeg of ben je te gespannen bezig met zindelijk maken van je kind dan kan dit leiden tot angst en onzekerheid. En zo wordt het alleen maar lastiger voor je kind om zindelijk te worden. Voorkom ook vooral dat het een machtstrijd wordt tussen jou en je kind, want dat ga jij verliezen: je kind kan zelf bepalen wanneer hij plast of poept, niet jij!

Stimuleren, aanmoedigen, belonen
Als je kind er lichamelijk aan toe is komt de volgende stap. Hij moet hij nu zelf de zin van potjes en op de wc plassen in gaan zien, en zelf graag afstand van die (vieze) luier willen doen. Heb je het idee dat je kind er lichamelijk klaar voor is probeer dan zijn belangstelling te wekken.

Zet een leuk potje binnen handbereik en maak duidelijk wat de bedoeling is. Bijvoorbeeld door hem erop te zetten als je denkt dat hij moet plassen/poepen, of door hem te laten kijken wat pappa en mamma doen op de grote wc.
Word niet boos als je kind niet op het potje gaat zitten, maar prijs hem als hij er wel op gaat zitten, met of zonder luier. Als er ook nog een keer een plas of een poepje in valt zal hij apetrots zijn.

Dwing je kind niet en houd er rekening mee dat er zeker de eerste tijd nog veel "ongelukjes" zullen gebeuren. Zeker als hij aan het spelen is zal hij niet altijd op tijd aan dat potje denken. En als het kind er de leeftijd voor heeft zal het zindelijk worden haast vanzelf gaan.
En moet je je kind nu belonen of niet?

Het beste is natuurlijk als je kind er zelf plezier in krijgt en op het potje plassen. Stel hem in ieder geval geen grote beloning in het verschiet (veel kleine kinderen begrijpen dat toch nog niet) maar prijs hem direct elke keer dat hij zelf aangeeft te moeten plassen of poepen of als hij het potje heeft gebruikt.
Je kunt, als je een beloning wilt geven, bijvoorbeeld een stickerkaart gebruiken.

Maak een plaat, hang deze op in het toilet, badkamer en spreek met je kind af dat hij een stickertje of een plaatje krijgt wanneer hij op de wc/potje heeft geplast. Wanneer er bijvoorbeeld 10 stickertjes zijn geplakt krijgt hij een klein cadeautje of iets wat hij leuk vindt om te doen.
Kortom, prijs je kind als het lukt. Maar... straf het vooral niet als het eens een keer niet goed gaat. Besteed er gewoonweg niet te veel aandacht aan en ruim de troep op. Volgende keer beter!
Praktisch
In plaats van een potje te gebruiken kun je je kind ook aanleren direct op de grote wc te plassen. Je kunt een stevig opstapje gebruiken als het toilet te hoog is. Sommige kinderen durven niet goed op een normaal toilet te zitten. Er zijn toiletbrilverkleiners te koop die je op je normale toiletbril kunt zetten. Het gat waar je kind op zit wordt hierdoor minder groot en dus minder eng.

Zindelijkheid in stapjes
Een kind wordt eerst overdag zindelijk voor plassen, pas later ook voor poepen. Er zijn heel wat kinderen die wel zonder luier kunnen maar als ze voelen dat ze moeten poepen toch nog om een luier vragen. Het kan ermee te maken hebben dat kinderen hun ontlasting zien als "deel van zichzelf" en bang zijn om dit kwijt te raken of het eng vinden de drol in een diep donker gat te laten vallen in plaats van in hun luier.

Pas als je kind overdag zindelijk is leert hij ook 's nachts zindelijk te zijn.
Ga niet opeens minder drinken geven omdat hij dan minder zal plassen. Zet hem wel vlak voor het slapen gaan nog even op de pot. Laat de luier 's nachts pas uit als je er vrij zeker van bent dat het bed niet nat zal worden. Het is namelijk wel erg vervelend voor een kindje om 's nachts in een koud en nat bed wakker te worden.

Om de schade voor het matras te beperken zijn er speciale hoeslakens te koop met een zachte bovenkant en een soort plastic waterafstotende laag aan de onderkant die voorkomen dat het al te erg doorlekt.

Terugval
Soms hebben kinderen die al wel zindelijk zijn een terugval en gaan opeens weer in hun broek plassen of willen weer een luier om. Dat kan een lichamelijke oorzaak hebben (een blaasontsteking). Maar heel vaak is de oorzaak ook spanning of stress, een ingrijpende gebeurtenis zoals de komst van een broertje of zusje, ziekte, spanningen in het gezin of op de creche. Probeer te achterhalen of je kind ergens bang voor is en bedenk hoe je verandering in de situatie kan brengen. Geef je kind op een positieve manier aandacht.
Besteed niet al te veel aandacht aan de zindelijkheid zelf. De zindelijkheid komt meestal vanzelf weer terug zonder dat je er teveel aandacht aan hebt besteed.

Bijna weg bij 'iene miene mutte'

In het begin vond ik mijn stageplek niet leuk, ik zat er ook heel erg tegenop om erna toe te gaan.
Want ik kon niet goed met mijn leidsters overweg omdat ik erg moest wennen aan de nieuwe situatie, en dat ik ook bij een peuterspeelzaal kwam.
Nu dat mijn stage er bijna op zit heb ik een hele leuke tijd gehad en kan ik ook goed met de leidsters overweg.
Ik denk ook wel dat ik ze erg zal missen en ik zal zeker zo af en toe even langskomen!

De afgelopen tijd heb ik zelfs nog leuke uitjes gedaan, nu mijn stage er bijna op zit vragen ze mij wanneer ik tijd heb om in de toekomst nog te helpen met zulke uitjes.
Ik vind het erg leuk dat ze mij dat vragen, dat betekend dus dat ik toch wel goed functioneer in het vak en dat ik nu ook goed met mijn leidsters overweg kan.
Ze zouden mij graag als collega willen hebben, heb ik gehoord van hun.

Noro virus

Bij mij op stage is het noro virus actief, er zijn inmiddels al 3 kinderen in het ziekenhuis terecht gekomen omdat de ouders er (waarschijnlijk) te soepel mee om zijn gegaan.
Want het lijkt op een normale buikgriepje.

Wij houden onze peuterspeelzaal nu erg goed in de gaten omdat er al meerdere kinderen zijn ziekgemeld hierover, en ik wou jullie zeggen dat jullie er ook goed rekening mee moeten houden!
Houd de kinderen daarom ook goed in de gaten en denk er niet te makkelijk of te min over.
Bespreek dit misschien ook even met je stageplek of geef het door aan anderen die met kinderen werken/omgaan.

Ik heb op mijn site bij het onderdeel bibliotheek hierover een bericht staan wat je rustig na kunt lezen.

Noro virus

1. Wat is het norovirus?
Norovirussen zijn zeer besmettelijke virussen die een ontsteking van het slijmvlies van het maagdarmkanaal veroorzaken. In de volksmond wordt dit vaak ‘buikgriep’ genoemd. Per jaar krijgen ongeveer 4,5 miljoen Nederlanders buikgriep waarvan ongeveer een half miljoen gevallen wordt veroorzaakt door het norovirus.

2. Wat zijn de ziekteverschijnselen van het norovirus?
Braken en diarree zijn het meest opvallend. Meestal beginnen deze klachten tussen de 1 à 3 dagen nadat iemand het virus binnen krijgt. Het braken is vaak heftig, en kan heel plotseling optreden. Deze vorm van braken wordt ook wel projectielbraken genoemd. Ook misselijkheid, koorts, hoofdpijn, buikpijn, en buikkramp komen voor. Er zijn ook mensen die geen klachten krijgen maar wel het virus uitscheiden en kunnen overdragen.

3. Hoe kun je het oplopen en hoe kun je anderen besmetten?
Norovirus is erg besmettelijk, het wordt overgedragen via de fecaal-orale route. Dat wil zeggen dat ontlasting en braaksel de besmettelijke virusdeeltjes bevatten en deze op de een of andere manier (meestal via de handen) in de mond terecht komen. Ook besmetting via de lucht als gevolg van braken is mogelijk. Al enkele dagen voor het ziek worden tot dagen erna kan het virus in de ontlasting zitten. Het norovirus wordt onder meer overgebracht via handen die na toiletbezoek niet of niet goed zijn gewassen. Als een besmette persoon voedsel klaarmaakt kan het virus ook in het eten terecht komen en zo weer nieuwe mensen besmetten. In Nederland is het voedsel zelf zelden een bron van het virus. In het buitenland komt dit vaker voor. Voorbeelden daarvan zijn besmette oesters of mosselen.

4. Wie kunnen ziek worden van het norovirus en wie lopen extra risico?
Voor zover bekend komt het norovirus alleen bij de mens voor. Bij jonge kinderen, ouderen en mensen met een verzwakte afweer kunnen de klachten ernstiger zijn en aanzienlijk langer duren.

5. Welke maatregelen kun je nemen om het norovirus te voorkomen?
Het is belangrijk dat iemand met diarree beseft dat hij of zij deze ziekte gemakkelijk kan overbrengen op anderen in de dagelijkse omgang of bij het klaarmaken van bijvoorbeeld een boterham. Daarom zijn de volgende voorzorgsmaatregelen in huishoudens met een zieke die diarree heeft belangrijk:- Laat de zieke tot drie dagen nadat men klachtenvrij is geen voedsel bereiden.- Voor alle gezinsleden: goed handen wassen na toiletgebruik, voor voedselbereiding,voor het eten, en na het schoonmaken bij en opruimen van braaksel en diarree.- Gebruik bij voorkeur papieren handdoekjes na het handenwassen, als dat niet kan verschoon dan dagelijks de handdoek.- Zorgen dat de zieken indien mogelijk een apart toilet gebruiken (bij voorkeur tot 3 dagen na het stoppen van de klachten).- Maak minimaal dagelijks het toilet schoon met een chlooroplossing (40 delen water op 1 deel chloor). Maak schoon in de juiste volgorde van schoon naar vies. Vergeet daarbij niet de deurklink, de lichtschakelaar, de kraan en de spoelknop van het toilet schoon te maken.- Was met braaksel of ontlasting bevuilde kleding of beddengoed in een niet te volle wasmachine op een zo hoog mogelijke temperatuur volgens een standaardwasprogramma te weten de kookwas van 90 graden of 2 x op 60 graden. Bij die laatste de was in de droger drogen en zo heet mogelijk strijken.

6. Is het norovirus te behandelen?
Er is geen geneesmiddel tegen deze vorm van buikgriep. De symptomen gaan in de meeste gevallen vanzelf over na één tot vier dagen.Het belangrijkste is dat de zieke voldoende vocht, suikers en zouten (ORS) binnen krijgt om uitdroging te voorkomen. Als de zieke het kan verdragen kunnen kleine hoeveelheden licht voedsel worden gegeten. Het is beter om alcohol en koolzuurhoudende dranken te vermijden.Bij twijfel over het herstel kan de huisarts worden geraadpleegd.

7. Kan iemand met het norovirus naar kindercentrum, school of werk?
Zieke personen die betrokken zijn bij voedselbereiding of patiëntenzorg wordt dringend aangeraden om niet te werken zolang er klachten zijn. Informeer de leidinggevende en de arbodienst en overleg over werk aanpassing of hervatting (48 tot 72 uur na het stoppen van de klachten).Kinderen met buikgriep voelen zich vaak te ziek om naar een kindercentrum of school te kunnen gaan. Wanneer er sprake is van diarree zonder dat een kind echt ziek is dan is wering niet nodig. Wel is dan de toilet- en handhygiëne extra belangrijk op de school of het kindercentrum. Informeer daarom de leiding van school of kindercentrum als een kind diarree heeft.

8. Wat doet de GGD?
De GGD kan bij een uitbraak van het norovirus worden ingeschakeld om onderzoek te doen naar de verwekker. Daarnaast zal de GGD adviseren over passende maatregelen om te voorkomen dat meer mensen besmet raken.

Piramide

Voordat ik met piramide begon leek mij dit zwaar en veel praktijk.
Nu ik er een tijdje mee aan de gang ben, vind ik het toch veel theorie en moeilijk eigenlijk helemaal niet.

Want je maakt je opdrachten en in de klas krijg je heel veel informatie mee waarvan je veel leert.
Ook heb ik enkele opdrachten van mijn piramide meegenomen naar mijn stage en ook uitgevoerd.
De kinderen vonden dit erg leuk en hebben dus ook goed meegedaan.

Ik vind het jammer dat niet alle leerlingen mee kunnen doen aan de piramide, want je kunt veel dingen leren van de piramide-lessen waarbij je veel gebruik kunt maken op je stage die ook erg nuttig zijn.

Hoe ga je ermee om wanneer er 1 kind telkens 'blijft plakken' ?

Op mijn stage is er een jongentje die erg gek met mij is, dit is natuurlijk leuk maar...
In het begin zette hij telkens zijn stoel naast die van mij in de kring, en nu is het al zo ver dat hij over achter mij aanloopt, niet meer met andere kinderen speelt.
Als ik een kind erop wijs dat iets niet mag en ik draai me om en hij doet het alsnog, dan gaat hij erop af om het nogmaals te zeggen.
In het begin vond ik dit wel grappig, maar het begint nu wel erg uit de hand te lopen.

Dit heb ik hem enkele keren al verteld dat hij gewoon met andere kindjes moet spelen en niet iedere keer dit moet blijven zeggen tegen andere kinderen.


Hoe zouden jullie hiermee omgaan?